Het Memorandum van Overeenstemming van CAR-WEN: Een Kader voor Regionale Samenwerking

Het opstellen van het Memorandum van Overeenstemming (MOU) is een centrale activiteit van de CAR-WEN-werkgroep en een essentieel onderdeel van ons werk om het Caribisch Netwerk voor Handhaving van Natuurwetgeving volledig tot stand te brengen. Als niet-juridisch bindende overeenkomst tussen regeringen zou het MOU vastleggen hoe de deelnemende regeringen zouden samenwerken, besluiten zouden nemen en het werk van het netwerk zouden organiseren.

In ons eerdere artikel presenteerden we het MOU tijdens de eerste regionale beoordelingsronde. Na die raadpleging en de daaropvolgende herzieningen is de bijgewerkte ontwerptekst nu beschikbaar in het Engels, Spaans en Frans voor een tweede regionale beoordelingsronde. Reacties kunnen tot en met 30 oktober 2026 worden ingediend. Dit biedt regeringen en andere belangstellenden opnieuw de gelegenheid om bij te dragen aan de voorgestelde overeenkomst voordat een definitieve tekst ter ondertekening wordt opgesteld.

In dit artikel leggen we uit hoe het MOU tot stand is gekomen, bespreken we de belangrijkste inhoud en geven we aan hoe u aan de huidige beoordelingsronde kunt bijdragen. Tot slot bekijken we hoe de overeenkomst de basis zou leggen voor de toekomst van het netwerk.

Het MOU opstellen

Het opstellen van het MOU bouwt voort op meer dan tien jaar regionale gesprekken over samenwerking bij de handhaving van natuurwetgeving. Vanaf 2014 hielpen gesprekken tussen de partijen bij het Protocol betreffende speciaal beschermde gebieden en wilde dieren en planten (SPAW) de basis te leggen voor een Caribisch netwerk. Latere workshops op de Bahama’s in 2016 en op Barbados in 2017 leidden tot een eerste ontwerp van het MOU en een intentieverklaring om een werkgroep op te richten. Toen de huidige CAR-WEN-werkgroep in 2022 werd opgericht, namen we dit eerdere werk als uitgangspunt voor het opstellen van de voorgestelde overeenkomst.

Via presentaties, raadplegingen en opeenvolgende herzieningen hielpen contactpunten van de overheid en mensen die technische expertise inbrachten ons te beoordelen hoe deze eerste voorstellen in de bredere Caribische regio zouden kunnen werken. Naast deze regionale inbreng maakten we gebruik van de richtlijnen voor netwerken voor de handhaving van natuurwetgeving van het Internationaal consortium ter bestrijding van criminaliteit in verband met wilde dieren en planten (ICCWC). Deze bieden praktische handvatten voor het oprichten en versterken van dergelijke netwerken. Dankzij deze aanpak konden we putten uit ervaringen elders en tegelijk rekening houden met de specifieke omstandigheden in de regio. Het is steeds de bedoeling geweest om bestaande instellingen en aangegane verbintenissen te ondersteunen, waaronder die in het kader van het SPAW-protocol en de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES). Het voorgestelde MOU zou regeringen een duidelijkere basis bieden om bij dit werk samen te werken.

Om de daaruit voortgekomen voorsteltekst breder in de regio te bespreken, verspreidden we het ontwerp-MOU en een bijbehorende technische toelichting in het Engels, Spaans en Frans ter beoordeling tussen juli 2025 en mei 2026. Reacties van overheidsinstanties, maatschappelijke organisaties en multilaterale partners hielpen ons vast te stellen welke onderdelen van de voorgestelde regelingen verdere verduidelijking of herziening nodig hadden.

Het huidige ontwerp-MOU, versie 2.2, brengt dus het eerdere regionale voorstel, de richtlijnen voor netwerken voor de handhaving van natuurwetgeving en de resultaten van de raadpleging samen. Onze technische toelichting gaat nader in op de herzieningen. Met dit ontwikkelingsproces in gedachten bekijken we nu wat het MOU voor het netwerk voorstelt.

Het CAR-WEN-memorandum van overeenstemming. Bronvermelding: CAR-WEN-team

Wat het MOU voorstelt

Het huidige MOU omvat 20 secties die beschrijven wat deelnemende regeringen via CAR-WEN zouden willen bereiken en hoe zij dat werk zouden organiseren. De bepalingen behandelen eerst de gemeenschappelijke basis voor samenwerking en vervolgens het bestuur en de praktische regelingen die nodig zijn om die samenwerking te ondersteunen. Daarna komt aan bod hoe het netwerk zou worden opgericht en zich in de loop van de tijd zou kunnen aanpassen.

De secties 1 tot en met 5 leggen een gemeenschappelijke basis voor samenwerking door middel van bepalingen over het doel, deelname en mogelijke activiteiten. Ze verbinden het gezamenlijke doel om wildlifecriminaliteit te voorkomen en terug te dringen met mogelijkheden voor opleiding, de ontwikkeling van wetgeving, onderzoek en publiekseducatie. Ze erkennen ook dat regeringen zouden deelnemen vanuit verschillende constitutionele kaders en met verschillende prioriteiten en middelen. Regeringen zouden bijvoorbeeld kunnen samenwerken aan het verbeteren van natuurwetgeving, terwijl zij verantwoordelijk blijven voor beslissingen over hun eigen wetten. Het vrijwillige, niet juridisch bindende karakter van de overeenkomst zou hen in staat stellen gezamenlijke belangen na te streven zonder identieke verantwoordelijkheden op zich te nemen of automatisch financiële verplichtingen aan te gaan.

Om deze samenwerking richting te geven, leggen de bestuursbepalingen in de secties 6 tot en met 10 de verantwoordelijkheid voor de aansturing van het netwerk bij de deelnemende regeringen, met administratieve ondersteuning en technische inbreng van andere betrokkenen. Contactpunten van de overheid zouden de regionale gesprekken verbinden met de bevoegde autoriteiten in hun respectieve landen of gebieden, terwijl een gekozen voorzitter en vicevoorzitter leiding zouden geven. Een beheerseenheid zou de uitvoering van de besluiten van de deelnemers ondersteunen door middel van administratie en coördinatie. Via werkgroepen, adviesrollen en deelname als waarnemer zou het netwerk ook gebruik kunnen maken van de expertise van het maatschappelijk middenveld, de academische wereld en andere partners. Deze regelingen maken onderscheid tussen de verantwoordelijkheid voor de aansturing van het netwerk en de ondersteunende rollen waarmee het werk kan worden bevorderd.

Ter ondersteuning van de uitvoering behandelen de bepalingen in de secties 11 tot en met 16 hoe de samenwerking binnen de deelnemende landen en gebieden zou worden georganiseerd en via de plannings- en beheerprocessen van het netwerk in stand zou worden gehouden. Meer bepaald zou de coördinatie tussen de betrokken instanties de regionale prioriteiten verbinden met de instellingen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering ervan, terwijl regelmatige bijeenkomsten en communicatie de ontwikkeling van overeengekomen activiteiten zouden ondersteunen. Werkplannen en begrotingen zouden die activiteiten, verantwoordelijkheden en benodigde middelen specificeren, terwijl rapportages over de resultaten de deelnemers zouden helpen de voortgang te beoordelen en hun aanpak bij te stellen. Het delen van informatie zou dit werk ondersteunen, met duidelijke grenzen aan wat het netwerk zelf zou kunnen ontvangen en beheren. Sectie 16 staat het netwerk daarom toe gedeeld referentiemateriaal en administratieve dossiers bij te houden. Operationele informatie en inlichtingen zouden echter rechtstreeks tussen de verantwoordelijke overheidsinstanties worden uitgewisseld en niet door het netwerk zelf worden ontvangen, bewaard, verwerkt of doorgegeven.

Tot slot behandelen de bepalingen in de secties 17 tot en met 20 de oprichting van het netwerk en de mogelijkheden om de regelingen ervan in de loop van de tijd aan te passen. Ze leggen uit hoe de overeenkomst zou ingaan en hoe ondertekeningen en deelname zouden worden vastgelegd, naast procedures voor herziening, wijziging, terugtrekking en beëindiging. Een periodieke evaluatie zou bijvoorbeeld administratieve moeilijkheden aan het licht kunnen brengen die de deelnemers door wijzigingen in de overeenkomst willen aanpakken. Zo zouden regeringen de regelingen op basis van opgedane ervaring opnieuw kunnen beoordelen, in plaats van ervan uit te gaan dat de oorspronkelijke tekst voor onbepaalde tijd geschikt zou blijven.

Samen geven deze bepalingen aan hoe de deelnemers de samenwerking zouden kunnen organiseren en in stand houden, terwijl beslissingen over specifieke programma’s en activiteiten later zouden worden genomen. Het MOU zou daarmee de organisatorische basis voor CAR-WEN bieden. Er zou nog verder werk nodig zijn om overeenstemming te bereiken over de prioriteiten, de administratieve regelingen vast te stellen en de middelen voor de uitvoering te verkrijgen.

Bijdragen aan het opstellen van het MOU

De huidige beoordelingsronde biedt de gelegenheid om na te gaan hoe de voorgestelde regelingen zouden werken voor de regeringen en instellingen die betrokken zijn bij de handhaving van natuurwetgeving in de bredere Caribische regio. Hoewel het MOU een overeenkomst tussen regeringen zou zijn, is ook de ervaring van degenen die met het netwerk zouden samenwerken waardevol voor het opstellen ervan. Daarom nodigen we professionals uit de praktijk, maatschappelijke organisaties, onderzoekers en regionale partners, evenals de overheidsinstanties die de tekst beoordelen, uit om hun bijdragen te leveren.

Een instantie kan bijvoorbeeld wijzen op een voorgestelde verantwoordelijkheid die onduidelijk is of binnen haar bestaande regelingen moeilijk te vervullen zou zijn. Een maatschappelijke organisatie kan een mogelijkheid zien om te verduidelijken hoe zij expertise zou kunnen inbrengen of een overeengekomen activiteit zou kunnen ondersteunen. Zulke opmerkingen kunnen ons helpen te beoordelen of het kader duidelijk en praktisch uitvoerbaar is en waar verdere herziening nodig is. Voor regeringen biedt deze beoordelingsronde ook de gelegenheid om eventuele resterende kwesties te signaleren die hun steun voor de overeenkomst zouden kunnen beïnvloeden.

We nodigen lezers uit om het herziene MOU en de bijbehorende technische toelichting te bekijken en hun inzichten uiterlijk op 30 oktober 2026 met ons te delen. Het MOU is beschikbaar in het Engels, Spaans en Frans, en de technische toelichting in het Engels, Spaans en Frans. Bijdragen kunnen betrekking hebben op een specifieke bepaling of op een bredere vraag over hoe de voorgestelde regelingen in de praktijk zouden werken. Reacties kunnen worden gestuurd naar Mark Gibson en Brittanny Perch, of worden ingediend via de vragenlijst voor de beoordelingsronde, die beschikbaar is in het Engels, Spaans en Frans. We zullen deze bijdragen in overweging nemen voordat we de definitieve tekst ter ondertekening opstellen.

De basis leggen voor CAR-WEN

Samengevat bouwt het voorgestelde MOU voort op jaren van regionale gesprekken om een kader te bieden voor de oprichting en het functioneren van CAR-WEN. Het beschrijft hoe regeringen hun samenwerking zouden kunnen organiseren, gezamenlijk richting zouden kunnen geven aan het werk van het netwerk en gebruik zouden kunnen maken van de expertise van ondersteunende partners. De huidige beoordelingsronde biedt de gelegenheid om deze regelingen te verfijnen op basis van de ervaring en behoeften van degenen die ze in de praktijk zouden brengen.

Het afronden van de overeenkomst en het verkrijgen van deelname van regeringen zouden de overgang van onze huidige werkgroep naar een gevestigd netwerk ondersteunen. De deelnemende regeringen zouden vervolgens bepalen hoe zij kunnen voortbouwen op het reeds verrichte werk, waarbij hun behoeften en de beschikbare middelen richting zouden geven aan de prioriteiten en activiteiten. We nodigen u uit om nu bij te dragen aan het opstellen van de overeenkomst en zo te helpen een praktische basis te leggen voor die toekomstige samenwerking.

Bronnen en verdere lectuur

  • Ontwerp van het Memorandum van Overeenstemming van CAR-WEN, versie 2.2. De voorgestelde overeenkomst die momenteel ter regionale beoordeling voorligt. Beschikbaar in het Engels, Spaans en Frans.

  • Technische toelichting bij het Memorandum van Overeenstemming van CAR-WEN, versie 2.2. Nadere informatie over het opstellen van het MOU, de achtergronden van de bepalingen en de herzieningen na de raadpleging. Beschikbaar in het Engels, Spaans en Frans.

  • ICCWC Guidelines for Wildlife Enforcement Networks. Richtlijnen voor het oprichten en versterken van netwerken voor de handhaving van natuurwetgeving, die hebben bijgedragen aan de uitwerking van de voorgestelde regelingen van CAR-WEN. Beschikbaar in het Engels, Spaans en Frans.

Next
Next

Wat is een netwerk voor handhaving van natuurwetgeving?