Het strategisch plan van CAR-WEN: een aanpasbaar draaiboek voor een regionaal netwerk

Terwijl we werken aan de oprichting van het Caribisch Netwerk voor Handhaving van Natuurwetgeving (CAR-WEN), nemen we beslissingen die de toekomst ervan mede vorm zullen geven. Waaraan moeten we tijdens de oprichting prioriteit geven? Welke ondersteuning moet het netwerk de deelnemende instanties bieden? En hoe zou het werk zich kunnen ontwikkelen naarmate de deelname, de middelen en de ervaring toenemen? Ons strategisch plan brengt onze ideeën over deze vragen samen en biedt regeringen en partners een uitgangspunt om die ontwikkeling mede vorm te geven.

We zien het plan als een aanpasbaar draaiboek. Het stelt strategieën voor om het netwerk op te richten, basisactiviteiten te ontwikkelen en de capaciteiten van het netwerk uit te breiden, naast ideeën voor externe ondersteuning. Deze voorstellen kunnen zich ontwikkelen naarmate deelnemende regeringen en partners prioriteiten bepalen, leren van ervaringen en mogelijkheden vinden om samen te werken.

In dit artikel leggen we uit hoe we het plan hebben ontwikkeld, waarom we deze werkterreinen voorstellen en hoe ze de samenwerking tegen wildlifecriminaliteit in de bredere Caribische regio zouden kunnen ondersteunen.

De ontwikkeling van het strategisch plan

De ontwikkeling van het strategisch plan begon in mei 2023 met een eerste beoordeling van wildlifecriminaliteit in de bredere Caribische regio en de mogelijke rol van een regionaal handhavingsnetwerk. Naarmate de deelname aan de werkgroep toenam, werden contactpunten van de overheid, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en deelnemers met technische deskundigheid uitgenodigd om de zich ontwikkelende strategieën te bespreken en te verfijnen. Het overleg vond plaats via individuele gesprekken, discussies in kleine groepen en de beoordeling van opeenvolgende conceptversies. Zo kon het plan zich ontwikkelen samen met de gemeenschap waarvoor het bedoeld was.

Om dit werk te structureren, hebben we de Open Standaarden voor de Praktijk van Natuurbehoud toegepast, een kader voor het beoordelen van problemen, het plannen van interventies en het evalueren van de resultaten daarvan. Dit kader was nuttig omdat het vereiste dat we zowel de factoren onderzochten die bijdragen aan wildlifecriminaliteit als de manier waarop de voorgestelde strategieën daarop zouden kunnen inspelen. Zo stimuleerde het planningsproces ons om de redenering achter het verband tussen voorgestelde activiteiten en beoogde uitkomsten toe te lichten.

De toepassing van de Open Standaarden vereiste ook aanpassing aan de bredere aandachtspunten van de werkgroep. Ons werkterrein omvat namelijk dierenwelzijn, het behoud van biodiversiteit, menselijk welzijn, volksgezondheid en het rechtsstaatbeginsel. In onze beoordeling hebben we wildlifecriminaliteit daarom in verband gebracht met economische, bestuurlijke, ecologische en maatschappelijke factoren. Dit bood een basis voor strategieën die verder gaan dan de gebruikelijke handhavingsmaatregelen.

Naast de Open Standaarden hebben we gebruikgemaakt van de richtlijnen voor netwerken voor handhaving van natuurwetgeving van het Internationaal consortium ter bestrijding van criminaliteit in verband met wilde dieren en planten (ICCWC) en van de USAID-toolkit Measuring Efforts to Combat Wildlife Crime. Samen hebben deze bronnen bijgedragen aan de uitwerking van de institutionele strategieën en interventiestrategieën van het plan. De daaruit voortgekomen veranderingstheorieën beschrijven hoe we verwachten dat deze strategieën de ontwikkeling van het netwerk zullen ondersteunen en wildlifecriminaliteit zullen terugdringen. Deze verwachtingen blijven aannames die tijdens de uitvoering moeten worden onderzocht, waarbij nader overleg en ervaring richting geven aan de bijstelling ervan.

In zijn huidige vorm brengt het strategisch plan een beoordeling van wildlifecriminaliteit in de bredere Caribische regio, onze voorgestelde aanpak daarvan en 24 ondersteunende strategieën voor verschillende ontwikkelingsstadia van het netwerk samen. Het plan deelt de ontwikkeling van het netwerk in drie kernstadia in: Oprichting, Basisactiviteiten en Uitgebreide activiteiten. Een vierde stadium, Externe ondersteuning, beschrijft bijdragen die externe actoren parallel aan de ontwikkeling en het functioneren van het netwerk zouden kunnen leveren. In de volgende onderdelen bespreken we wat we momenteel voor elk stadium voor ogen hebben en de redenering achter de voorgestelde strategieën.

CAR-WEN Strategisch Plan Credit: CAR-WEN-werkgroep

De oprichting van CAR-WEN

Oprichting is het stadium waarin we ons als CAR-WEN-werkgroep momenteel bevinden. Onze directe taak is de deelname, institutionele regelingen en middelen te ontwikkelen die nodig zijn voor een functionerend regionaal netwerk, terwijl we praktisch werk verrichten dat richting kan geven aan de ontwikkeling ervan. Zes strategieën geven richting aan dit proces: Netwerkfacilitatie, Sociale marketing, Formalisering van CAR-WEN, Planning en fondsenwerving, Pilotprojecten stimuleren en Betrokkenheid van externe belanghebbenden.

Onze zes oprichtingsstrategieën zijn bedoeld om elkaar aan te vullen bij het opbouwen van deelname, het maken van afspraken over institutionele regelingen en het mobiliseren van steun voor praktische samenwerking. Netwerkfacilitatie en formalisering richten zich op de samenhangende behoeften aan blijvende interactie tussen regeringen en overeenstemming over de werking van het netwerk. Via regelmatige bijeenkomsten en contact met contactpunten van de overheid brengen we gedeelde zorgen in kaart, bespreken we prioriteiten en ontwikkelen we mogelijkheden voor samenwerking. Deze gesprekken bieden ook een basis voor de beoordeling van het voorgestelde, niet juridisch bindende memorandum van overeenstemming (MOU) en de bijbehorende technische nota. Met deze documenten kunnen regeringen zich met name buigen over het doel van het netwerk, de manier waarop beslissingen zouden worden genomen en wat deelname zou inhouden. Zo krijgt de ontwikkeling van formele regelingen mede vorm door de instellingen die ze naar verwachting zullen gebruiken.

De oprichting van het netwerk vereist ook begrip en steun buiten de kring van rechtstreeks deelnemende regeringen. Sociale marketing en betrokkenheid van externe belanghebbenden dragen daar op verschillende manieren aan bij: onze website, presentaties en toelichtend materiaal brengen het initiatief onder de aandacht van geïnteresseerde doelgroepen, terwijl gerichte gesprekken met donoren, multilaterale organisaties en maatschappelijke partners specifieke samenwerkingsmogelijkheden verkennen. Planning en fondsenwerving helpen deze belangstelling om te zetten in activiteiten waarvoor ondersteuning beschikbaar is. We ontwikkelen projecten en faciliteren financieringsaanvragen van ngo’s en overheidsinstanties. Daarbij identificeren we geschikte mogelijkheden, brengen we partners samen en stellen we voorstellen op met duidelijk omschreven activiteiten, verantwoordelijkheden en begrotingen. Dit werk weerspiegelt onze verwachting dat de bijdrage van CAR-WEN in belangrijke mate zal afhangen van projecten die via deelnemende instellingen worden uitgevoerd, naast middelen voor de eigen coördinatie van het netwerk.

Door pilotprojecten te stimuleren, kunnen we nuttige vormen van ondersteuning ontwikkelen en tegelijk onderzoeken wat voor een bredere toepassing nodig zou zijn. Zo speelt de toolkit voor snelle beoordeling van wildlifecriminaliteit en handhaving in op de behoefte aan praktische richtlijnen voor het kiezen en uitvoeren van beoordelingen die aansluiten bij specifieke informatiebehoeften. Er is een werkend prototype ontwikkeld. Verdere verfijning in samenwerking met anderen en geplande praktijktests zijn bedoeld om de toepassing ervan te beoordelen. Het Biodiversiteitsbeheerder-platform richt zich op de daarmee samenhangende behoefte om informatie, hulpmiddelen en werkprocessen voor de handhaving van natuurwetgeving en het bredere biodiversiteitsbestuur te organiseren en te gebruiken. Het bevindt zich nog in een vroeg ontwikkelingsstadium; evaluatie is gepland voordat het breder toegankelijk wordt. Met deze initiatieven kunnen we de bruikbaarheid van de voorgestelde ondersteuning onderzoeken, verbeteringen identificeren en beter inzicht krijgen in de deskundigheid en middelen die nodig zijn om die ondersteuning te blijven bieden.

Samen zorgen deze activiteiten ervoor dat praktische samenwerking en institutionele ontwikkeling elkaar kunnen voeden. Projectervaring kan helpen verduidelijken wat deelnemers van het netwerk nodig hebben, terwijl overeengekomen regelingen en bestendige financiering samenwerking kunnen ondersteunen die verder gaat dan afzonderlijke projecten. We zien de oprichting daarom als een periode waarin de voorgestelde rol van het netwerk zowel wordt uitonderhandeld als wordt getoetst in de eerste werkzaamheden. Na ondertekening van het MOU zou CAR-WEN volledig overgaan naar het stadium Basisactiviteiten, waarbij de prioriteiten van de leden en de beschikbare financiering bepalend zouden zijn voor de omvang en het tempo van de uitvoering.

De ontwikkeling van basisactiviteiten

Het stadium Basisactiviteiten zou voortbouwen op de formalisering van het netwerk via het niet juridisch bindende MOU, om deelnemende instellingen blijvende coördinatie en ondersteuning te bieden. De omvang en het tempo van dit werk zouden afhangen van de prioriteiten van de leden en de beschikbare financiering. Zes strategieën geven richting aan onze voorgestelde aanpak: Oprichting en beheer van netwerken; Capaciteitsopbouw voor handhaving; Bevordering van gedragsverandering; Kenniscreatie en -beheer; Hervorming van wetgeving, regelgeving en beleid; en Verstrekking van technische hulpmiddelen en verlening van technische diensten.

Onze zes basisstrategieën verbinden het beheer van het netwerk met praktische ondersteuning bij het voorkomen en aanpakken van wildlifecriminaliteit. Een specifiek daarvoor ingerichte beheerseenheid zou leden helpen overeenstemming te bereiken over prioriteiten, gefinancierde projecten te ontwikkelen en de uitvoering ervan te coördineren. Basisfinanciering zou deze doorlopende functie in stand houden, terwijl aanvullende financiering projecten met deelnemende instellingen en technische partners zou ondersteunen. Kenniscreatie en -beheer zouden de informatie verbeteren die beschikbaar is om richting te geven aan dit werk, via de voorgestelde regionale databanken, rapporten over wildlifecriminaliteit en onderzoekssamenwerkingen. Consistentere registratie en analyse van overtredingen van natuurwetgeving zouden leden bijvoorbeeld kunnen helpen gedeelde problemen te identificeren en te bepalen waar gezamenlijke investeringen nuttig zouden zijn.

Capaciteitsopbouw voor handhaving en technische diensten zouden zich richten op beperkingen in het personeel, de middelen en de deskundigheid die beschikbaar zijn om overtredingen van natuurwetgeving te onderzoeken. Voor een betere verzameling van bewijsmateriaal kunnen praktische training, geschikte uitrusting, procedures voor de omgang met bewijsmateriaal en toegang tot specialistisch advies nodig zijn. Het werk van het African Wildlife Forensics Network laat zien hoe deze behoeften in samenhang kunnen worden aangepakt. De handleiding voor de eerste functionarissen op een plaats delict, het trainingsmateriaal en de aanbevelingen voor uitrusting maken specialistische kennis toegankelijk via middelen die de praktische toepassing ervan ondersteunen. Voor CAR-WEN biedt dit een nuttig aanknopingspunt voor het ontwikkelen van hulp die aansluit bij de werkomstandigheden van professionals, waarbij ook wordt voorzien in doorlopend advies en onderhoud van de verstrekte hulpmiddelen.

De toepassing van deze capaciteiten hangt ook af van de juridische en institutionele regelingen waarbinnen zaken worden behandeld. Onze strategie voor hervorming van wetgeving, regelgeving en beleid beoogt daarom ondersteuning te bieden bij het identificeren van zwakke punten in wetgeving en procedures, het ontwikkelen van passende hervormingen en het ondersteunen van de uitvoering daarvan. Relevante ervaring is opgedaan in Oeganda, waar de Uganda Conservation Foundation en haar partners het behalen van juridische kwalificaties ondersteunden en hielpen bij het faciliteren van een workshop voor de rechterlijke macht. Tijdens die workshop werden richtlijnen voor straftoemeting bij delicten rond wilde flora en fauna en bosbouw goedgekeurd voor opname in nationale richtlijnen voor straftoemeting bij delicten waarop geen doodstraf staat. Hier ging professionele ontwikkeling samen met nationaal aangestuurde verbeteringen in de richtlijnen voor de rechterlijke macht. Een vergelijkbare bijdrage van CAR-WEN zou afhangen van de behoeften en besluiten van de deelnemende autoriteiten.

Naast deze op handhaving gerichte activiteiten zou bevordering van gedragsverandering zich richten op de motieven en omstandigheden die samenhangen met schadelijke praktijken. We denken aan campagnes voor specifieke doelgroepen, waarbij onderzoek richting geeft aan de keuze van boodschappen en uitvoeringspartners. Zo gebruikte het Chi-initiatief van TRAFFIC in Vietnam onderzoek naar de consumptie van neushoornhoorn om boodschappen over succes en sociale status te ontwikkelen, terwijl ondernemersverenigingen en andere invloedrijke groepen hielpen de beoogde consumenten te bereiken. Deze aanpak zou kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van campagnes tegen illegale aankopen van wilde dieren en planten en daarvan afgeleide producten in het Caribisch gebied. De doelgroepen, motieven en passende interventies zouden echter lokaal moeten worden vastgesteld. Evaluatie zou vervolgens moeten uitwijzen of de campagnes invloed hebben op de praktijken waarop zij zich richten.

Samen zouden deze strategieën een blijvend vermogen opbouwen om prioriteiten te identificeren, ondersteuning te organiseren en de bijdrage daarvan te beoordelen. Ervaringen elders bieden middelen en benaderingen om te onderzoeken, terwijl de leden zouden bepalen wat bij hun omstandigheden past. We beschouwen dit werk als fundamenteel, omdat de organisatorische, informatiegerelateerde en technische capaciteiten ervan ook de meer gespecialiseerde samenwerkingsvormen zouden ondersteunen die onder Uitgebreide activiteiten worden besproken.

Uitbreiding van de activiteiten van het netwerk

Het stadium Uitgebreide activiteiten onderzoekt hoe CAR-WEN zijn bijdrage zou kunnen verbreden naarmate leden ervaring opdoen, verdere prioriteiten identificeren en aanvullende steun verwerven. Zes strategieën geven richting aan deze voorgestelde ontwikkeling: Ontwikkeling van alternatieve bestaansmiddelen; Rehabilitatie, opvang en vrijlating van wilde dieren; Verzameling, uitwisseling en analyse van inlichtingen; Gezamenlijke operaties; Nationale netwerkvorming voor handhaving van natuurwetgeving; en Bioveiligheidstoezicht en -controle.

We beschouwen deze strategieën als een uitbreiding omdat voor de uitvoering gespecialiseerde capaciteiten, operationele bevoegdheden en bestendige middelen nodig kunnen zijn waarvan het netwerk niet kan aannemen dat het erover zal beschikken. Het faciliteren van een gezamenlijke handhavingsoperatie is bijvoorbeeld iets anders dan beschikken over het personeel, de uitrusting en de bevoegdheden om die uit te voeren. Zo vereist ook de ontwikkeling van een levensvatbaar programma voor bestaansmiddelen deskundigheid en blijvende ondersteuning die verder gaan dan het identificeren van een alternatieve inkomstenbron. Onze rol zou daarom afhangen van de prioriteiten van de leden, de capaciteiten die al beschikbaar zijn binnen deelnemende instellingen en de mogelijkheden om met geschikte partners samen te werken. Waar aan deze voorwaarden is voldaan, zou het netwerk bepaalde activiteiten eerder kunnen faciliteren, zonder eerst zelf alle capaciteiten te ontwikkelen.

Het delen van inlichtingen, gezamenlijke operaties en nationale netwerkvorming voor handhaving van natuurwetgeving illustreren deze overwegingen. Grensoverschrijdende samenwerking hangt er deels van af of instanties informatie binnen hun eigen rechtsgebied kunnen organiseren en uitwisselen. Zo bracht Operatie Thunder 2025, gecoördineerd door INTERPOL en de Werelddouaneorganisatie, politie- en douaneautoriteiten en autoriteiten voor wilde flora en fauna samen na maanden van informatie-uitwisseling en voorbereiding op grensoverschrijdende onderzoeken. CAR-WEN zou vergelijkbare samenwerking kunnen ondersteunen door leden te helpen gedeelde prioriteiten te identificeren, de nationale coördinatie te versterken en regelingen te ontwikkelen voor veilige informatie-uitwisseling rechtstreeks tussen de verantwoordelijke overheidsinstanties. In overeenstemming met het voorgestelde MOU zou de rol van het netwerk bestaan uit het faciliteren van deze samenwerking, zonder zelf operationele informatie of inlichtingen te ontvangen, te bewaren, te verwerken of door te geven.

Ook de rehabilitatie, opvang en vrijlating van wilde dieren vereisen voorzieningen en doorlopende zorg die een coördinatienetwerk niet noodzakelijkerwijs zelf zou bieden. Binnen de bredere Caribische regio bestaat relevante ervaring: het opvangcentrum van ARCAS in Petén, Guatemala, ontvangt in beslag genomen wilde dieren op basis van een overeenkomst met de overheid en biedt quarantaine, diergeneeskundige zorg en rehabilitatie. Waar vrijlating passend is, wordt die met de nationale autoriteiten afgestemd. Dit laat zien hoe handhavingsinstanties met gespecialiseerde organisaties kunnen samenwerken om in de zorgbehoeften van wilde dieren te voorzien. CAR-WEN zou kunnen helpen de bestaande capaciteit te beoordelen, instanties met zorgverleners in contact te brengen en financieringsvoorstellen te ontwikkelen voor vastgestelde tekorten. Bioveiligheidstoezicht en -controle zouden daarmee samenhangende samenwerking met veterinaire, douane- en volksgezondheidsautoriteiten vereisen, voortbouwend op hun bestaande systemen waarbij wordt vastgesteld welke aanvullende capaciteit voor toezicht, tests of quarantaine nodig is.

De ontwikkeling van alternatieve bestaansmiddelen brengt een andere, maar even grote uitvoeringsuitdaging met zich mee. Mensen opleiden voor een nieuwe activiteit toont op zichzelf niet aan of die een levensvatbaar inkomen kan opleveren of hun betrokkenheid bij wildlifecriminaliteit kan verminderen. De ervaring van Community Markets for Conservation (COMACO) in Zambia illustreert welke bredere ondersteuning nodig kan zijn. De aanpak combineert vaardigheden voor het verwerven van bestaansmiddelen en landbouwondersteuning met het inkopen van de producten van deelnemers voor verwerking en verkoop. Zo worden productie, markten en toezeggingen op het gebied van natuurbehoud met elkaar verbonden. Om dergelijk werk te ondersteunen, zou CAR-WEN partners nodig hebben met deskundigheid op het gebied van gemeenschapsontwikkeling en ondernemerschap, naast een beoordeling van lokale kansen en economische haalbaarheid. Het netwerk zou deze partners kunnen samenbrengen en projecten helpen ontwikkelen. De uitvoering zou afhangen van organisaties die in staat zijn het werk vol te houden en de economische resultaten en de resultaten voor natuurbehoud te evalueren.

Uitgebreide activiteiten vormen daarom een reeks mogelijkheden die selectief kunnen worden ontwikkeld, afhankelijk van de behoeften van de leden en van wat het netwerk en zijn partners realistisch kunnen ondersteunen. Het onderscheid betreft de voorwaarden voor uitvoering, niet het relatieve belang van de strategieën. Het onderstreept ook de mogelijke bijdrage van organisaties buiten het netwerk. Het vierde stadium van het plan, Externe ondersteuning, behandelt bijdragen die CAR-WEN tijdens de gehele oprichting en werking zouden kunnen ondersteunen.

Externe ondersteuning voor netwerken voor handhaving van natuurwetgeving

Het vierde stadium, Externe ondersteuning, behandelt bijdragen die universiteiten, maatschappelijke organisaties, donoren en technische instellingen parallel aan de drie kernstadia van CAR-WEN zouden kunnen ontwikkelen: Oprichting, Basisactiviteiten en Uitgebreide activiteiten. Deze bijdragen zouden ook andere netwerken voor handhaving van natuurwetgeving (WEN’s) ten goede kunnen komen. Zes strategieën benoemen mogelijkheden: Bewijs voor effectieve WEN-operaties; Gemeenschappen als beschermers van wilde flora en fauna versterken; Een Inter-Amerikaanse Hogeschool voor Wilde Flora en Fauna oprichten; Hulpmiddelen ontwikkelen voor gegevensverzameling en -analyse over wildlifecriminaliteit; De Open Standaarden aanpassen ter ondersteuning van WEN-activiteiten; en Financiering en technische bijstand voor WEN’s versterken.

Onze zes strategieën voor externe ondersteuning richten zich op behoeften die verder gaan dan de directe verantwoordelijkheden en middelen van één afzonderlijk netwerk. Vergelijkend onderzoek zou bijvoorbeeld kunnen nagaan hoe verschillende WEN’s worden bestuurd, gefinancierd en beheerd, en welk bewijs er is voor hun effectiviteit. Dergelijk werk zou kunnen helpen onderscheid te maken tussen regelingen die in uiteenlopende contexten bruikbaar zijn en regelingen die afhangen van specifieke institutionele omstandigheden. De bevindingen zouden ook richting kunnen geven aan besluiten van donoren over financiering en technische bijstand. Het plan stelt daarom zowel een sterkere empirische basis voor als het onderzoeken van gezamenlijke ondersteuningsmechanismen, waaronder de mogelijkheid van een internationaal fonds voor WEN’s. Dit zijn mogelijkheden voor leiderschap en samenwerking door externe partijen, geen toezeggingen die CAR-WEN zelfstandig zou kunnen nakomen.

Beroepsonderwijs is een ander terrein waarop een gezamenlijk initiatief veel instellingen zou kunnen ondersteunen. De voorgestelde Inter-Amerikaanse Hogeschool voor Wilde Flora en Fauna zou curricula, opleiders, mogelijkheden voor fellowships en praktijkopleidingslocaties in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied samenbrengen. De Southern African Wildlife College biedt relevante ervaring met de ontwikkeling van een regionale instelling voor onderwijs in natuurbehoud en beroepsopleiding. Voor de Amerikaanse regio willen we onderzoeken hoe bestaande onderwijsinstellingen, handhavingsinstanties en natuurbeschermingsorganisaties zouden kunnen bijdragen aan een samenwerkingsmodel waarvan de vorm via beoordeling en overleg zou worden bepaald. De daarmee samenhangende ondersteuning van gemeenschappen als beschermers van wilde flora en fauna zou gericht zijn op lokaal aangestuurde deelname. Daaronder vallen onderwijs, burgerwetenschap en participatief actieonderzoek waarmee gemeenschappen problemen zouden kunnen onderzoeken en hun eigen aanpak zouden kunnen ontwikkelen.

Gezamenlijke hulpmiddelen en methoden zouden op vergelijkbare wijze de last kunnen verlichten voor afzonderlijke netwerken die anders zelf middelen moeten ontwikkelen. Zo biedt het SMART Partnership hulpmiddelen voor het verzamelen, analyseren en rapporteren van gegevens over natuurbehoud, ondersteund door training en hulp voor professionals. Dit laat zien hoe een technisch samenwerkingsverband middelen kan onderhouden die door meerdere instellingen worden gebruikt. Ons voorstel voor hulpmiddelen voor gegevensverzameling en -analyse over wildlifecriminaliteit betreft vergelijkbare ondersteuning voor consistente, aanpasbare methoden, met mogelijkheden om voort te bouwen op bestaande middelen. Het aanpassen van de Open Standaarden zou voorzien in een daarmee samenhangende methodologische behoefte: het ontwikkelen van richtlijnen die beter aansluiten bij de handhaving van natuurwetgeving en de bijbehorende aandacht voor dierenwelzijn, biodiversiteit, menselijk welzijn, volksgezondheid en het rechtsstaatbeginsel.

Het onderscheid tussen deze voorstellen en onze eigen inzet voor betrokkenheid van belanghebbenden is belangrijk. Die inzet is gericht op relaties en ondersteuning voor het werk van het netwerk; Externe ondersteuning benoemt ook initiatieven die andere actoren zouden kunnen leiden, in stand houden en breder beschikbaar stellen. CAR-WEN zou kunnen bijdragen door behoeften te verwoorden, deel te nemen aan onderzoek en tests en ervaringen te delen. Of specifieke voorstellen verder worden uitgewerkt, zou afhangen van de belangstelling, capaciteiten en prioriteiten van potentiële samenwerkingspartners. Zo biedt het plan zowel een basis voor de ontwikkeling van het netwerk als een uitnodiging om na te denken over de bredere ondersteuning die het kan helpen functioneren.

Een levend draaiboek

Samen beschrijven de vier stadia van het strategisch plan van CAR-WEN hoe we de oprichting van het netwerk, de ontwikkeling van zijn activiteiten en het stimuleren van bijdragen van externe partners voor ons zien. Ze verbinden het institutionele werk dat al gaande is met voorstellen voor praktische samenwerking tegen wildlifecriminaliteit in de bredere Caribische regio. Dit is onze huidige inschatting van wat het netwerk zou kunnen bijdragen en hoe die bijdrage zich zou kunnen ontwikkelen.

Toch beschouwen we het plan als een levend draaiboek. De prioriteiten en strategieën zouden opnieuw moeten worden bekeken naarmate deelnemende regeringen en partners behoeften identificeren, ervaring opdoen en nieuwe kansen tegenkomen. Sommige activiteiten kunnen eerder haalbaar worden dan verwacht, terwijl andere ingrijpende herziening kunnen vereisen of ongeschikt kunnen blijken. Het plan biedt een basis om deze beslissingen samen te nemen, waarbij de uitvoering richting geeft aan de verdere ontwikkeling ervan.

We nodigen deelnemende regeringen, professionals, onderzoekers en potentiële partners uit om het strategisch plan te lezen en de verdere ontwikkeling ervan mede vorm te geven. Door suggesties, relevante ervaringen of samenwerkingsvoorstellen te delen, kunnen lezers ons helpen de voorgestelde strategieën te verfijnen en mogelijkheden voor praktische samenwerking te identificeren. Deze bijdragen zouden helpen waarborgen dat de ontwikkeling van het netwerk aansluit bij de behoeften van de instellingen en gemeenschappen waarvoor het bedoeld is.

Bronnen en verder lezen

  • A Strategic Plan for the Caribbean Wildlife Enforcement Network, versie 2.1. Het volledige plan, met de beoordeling van wildlifecriminaliteit, de voorgestelde aanpak en 24 ondersteunende strategieën. Beschikbaar in het Engels.

  • Open Standards for the Practice of Conservation, versie 4.0. Het kader dat richting gaf aan onze aanpak voor het beoordelen van problemen, het ontwikkelen van strategieën en het evalueren van resultaten. Beschikbaar in het Engels, Spaans en Frans.

  • ICCWC Guidelines for Wildlife Enforcement Networks. Richtlijnen voor het oprichten en versterken van netwerken voor handhaving van natuurwetgeving, die richting gaven aan de voorgestelde stadia en strategieën van het plan. Beschikbaar in het Engels, Spaans en Frans.

  • Measuring Efforts to Combat Wildlife Crime: A Toolkit for Improving Action and Accountability. Een door USAID ondersteund hulpmiddel voor het plannen van interventies tegen wildlifecriminaliteit en het beoordelen van de resultaten daarvan, dat heeft bijgedragen aan onze selectie van strategieën.

Next
Next

Het Memorandum van Overeenstemming van CAR-WEN: Een Kader voor Regionale Samenwerking